Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'dampen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, schoonmaken of het bevochtigen van materialen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Examples
Ik damp de vis om hem mals te maken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij dampten de jurk om de kreukels eruit te krijgen.
verleden tijd, aantonende wijs
De kok heeft de groenten gedampt voor het gerecht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Damp de handdoeken voordat je ze opvouwt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.