NEDERLANDS
🇬🇧

Dampen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'dampen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, schoonmaken of het bevochtigen van materialen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik damp de vis om hem mals te maken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij dampten de jurk om de kreukels eruit te krijgen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De kok heeft de groenten gedampt voor het gerecht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Damp de handdoeken voordat je ze opvouwt.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.