Deeltjes
dedeel
Common nounstuk van iets
- een van de portionen waaruit iets bestaatHet geheel was moeilijk te begrijpen.
- specifiek segment of aspect van ietsDit segment van de les is belangrijk voor uw begrip.
- aandeel of bijdrage in ietsEen aandeel in de onderneming biedt kansen voor groei.
- onderdeel van een lichaam of objectHet lichaam bestaat uit verschillende onderdelen.
hetdeel
Common nounstuk van iets
- een onderdeel van iets geheelDit onderdeel van de machine is kapot.
- een aandeel of bijdrage aan een situatie of gebeurtenisIedereen heeft een aandeel in de beslissing gemaakt.
- akkoord van een groter gesprek of overeenkomstDe overeenkomst is opgesteld door beide partijen.
- vorm van een kenmerk, of eigenschapEen belangrijk kenmerk van de Nederlandse cultuur is de fietsen gebruiken.
delen
Verbuit elkaar halen
- het splitsen of verdelen van iets in delenIk splits de taart in twee gelijke delen.
- informatie, kennis of ervaringen met anderen gevenSimple Sentence: "Ik geef informatie over de stad aan toeristen."
- deelgenoot zijn of samen iets doenSamenwerking is essentieel voor het succes van ons team.
- iemand iets geven om samen te gebruikenZe gebruiken hun laptop samen voor schoolprojecten.