Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'dekken' kan zowel letterlijk (bijv. een tafel dekken) als figuurlijk (bijv. kosten dekken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Kun je de tafel dekken voor het eten?
tegenwoordige tijd, vragend
Hij dekte de schade met zijn verzekering.
verleden tijd, aantonend
De tafel is al gedekt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
Dek de pan met een deksel om het eten warm te houden.
tegenwoordige tijd, gebiedend
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.