Diepen
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord, overgankelijk
Het werkwoord 'diepen' betekent letterlijk 'dieper maken' of 'uitgraven', maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'een onderwerp dieper uitdiepen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik diep elke zaterdag in de tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft het onderwerp gediept in zijn scriptie.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Diep dat gat nog wat verder!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij diepten de put vorige maand.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.