Interjection
1
Simple
Simple
Compound
Complex
Past Tense
Future Tense
Present Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Compound
Complex
Present Tense
Future Tense
Declarative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Idiomatic
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Een vrolijke jonge vrouw omarmt haar vriend terwijl ze afscheid nemen, met een kleurrijke kamer op de achtergrond.
Vrolijke jonge vrouw neemt afscheid van vriend
Een vrolijke jonge vrouw omarmt haar vriend terwijl ze afscheid nemen, met een kleurrijke kamer op de achtergrond.
2
Simple
Compound
Complex
Present Tense
Simple
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Compound
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Complex
Past Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Een vrolijke groep mensen die elkaar gedag zegt na een informele bijeenkomst, met een handdruk en de uitdrukking 'doei'.
Vrolijke groeten na een meeting
Een vrolijke groep mensen die elkaar gedag zegt na een informele bijeenkomst, met een handdruk en de uitdrukking 'doei'.