Doelen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'doelen' betekent meestal 'richten op' of 'bedoelen'. Het wordt vaak figuurlijk gebruikt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik doel op een betere toekomst voor iedereen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft altijd al op succes gedoeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Doel op het midden van het doelwit!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij doelde op een hogere positie binnen het bedrijf.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.