(kerk en godsdienst)
De dominee hield een mooie preek over naastenliefde.
Onze nieuwe dominee is pas zevenentwintig jaar oud.
De dominee staat op de kansel.
Mijn oma gaat elke zondag naar de dominee luisteren.
Vroeger was de dominee de belangrijkste man van het dorp.
Ik heb de dominee gisteren gesproken over de doop van ons kind.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.