Dool
deCommon Nounmet het doel van verdwalen of per ongeluk de weg kwijtraken
(Per ongeluk in het bos dool)
Ze heeft zich verdwaald in het onbekende bos en is gaan dool.
Nadat hij de kaart verloren was, bleek het moeilijk te dool.
- Complex
Als ze de borden negeert, kan ze zich gemakkelijk verdwaald verdragen in het onbekende gebied.
- Past Tense
Gisteren verdwaalde ik in het bos tijdens mijn wandeling.
- Imperative
Verdwaal niet in het bos maar kijk goed om je heen!
- Context & Scenario
In de geschiedenislessen verdwalen we vaak in verhalen over oude beschavingen.
- Related Word
Zijn zuster is altijd zijn weg kwijt in de stad, zo vaak verdwaalt ze.
- Compound
Ik verdwalen in het bos, maar ik geniet van de natuur en de rust.
- Present Tense
Hij verdwaalt altijd als hij gaat wandelen in onbekende gebieden.
- Declarative
We verdwalen in het park en proberen de uitgang te vinden.
- Context & Scenario
Tijdens mijn fietstocht verdwaalde ik en vond ik een prachtig meer.
- Synonym
In de stad verliezen mensen zich, dat is een synoniem van verdwalen.
- Simple
Ik verdwalen vaak in de grote stad als ik zonder kaart loop.
- Future Tense
Morgen ga ik wandelen, maar ik hoop niet dat ik verdwalen.
- Interrogative
Verdwalen jullie ook als jullie de stad verkennen?
- Context & Scenario
Bij het feest gisteren verdwaalde ik tussen al die mensen.
- Idiomatic
Hij zegt vaak dat verdwalen soms leidt tot de mooiste avonturen.
langzaam en in een dwalende manier of zonder doel gaan
(De kinderen lopen dool tijdens het spelen in het park)
De volwassen gaan dool zonder specifiek doel op het strand.
Tijdens de wandeling begonnen ze dool zonder het te beseffen.
- Complex
Toen de kinderen in het park speelden, wandelden ze zonder te weten waar ze naartoe gingen.
- Future Tense
Morgen zullen ze in de stad wandelen.
- Imperative
Wandel snel, we hebben weinig tijd!
- Context & Scenario
Tijdens de lessen willen we niet wandelen, we moeten leren.
- Related Word
Zij verklaarde dat ze dol op het dwalen door de stad is.
- Simple
De kinderen wandelen door het park.
- Past Tense
Gisteren wandelden ze rond het meer.
- Interrogative
Wandelen jullie ook graag in de natuur?
- Context & Scenario
Na school wandelen we vaak naar het park.
- Synonym
De luchtige wandeling doet me denken aan mijn kindertijd.
- Compound
De kinderen wandelen in het park, maar ze kijken niet goed om zich heen.
- Present Tense
Ze wandelen vaak in het bos.
- Declarative
Ze wandelen in de regen, wat verrassend leuk is.
- Context & Scenario
Tijdens het familietreffen wandelen we samen door het dorp.
- Idiomatic
Soms is het fijn om te verdwalen en gewoon te wandelen.
een figuurlijke of geestelijke afdwaling
(iemand is afgeleid en lijkt dool)
Zijn gedachten waren dool tijdens de vergadering.
Zij voelt zich dool wanneer ze niet scherp is op haar werk.
- Compound
Hij is afgeleid, maar hij probeert zich te concentreren.
- Present Tense
Ik ben nu afgeleid door het geluid buiten.
- Declarative
Hij is echt afgeleid door zijn telefoon.
- Imperative
Probeer je niet afgeleid te voelen!
- Complex
Als hij afgeleid is, kan hij niet goed werken.
- Past Tense
Gisteren was ik afgeleid door een gesprek.
- Future Tense
Morgen zal hij afgeleid zijn als de ramen worden schoon gemaakt.
- Interrogative
Ben je afgeleid door de muziek?
- Context & Scenario
Tijdens het koken ben ik vaak afgeleid door mijn gedachten.
- Simple
Hij is vaak afgeleid tijdens het studeren.