NEDERLANDS
🇬🇧

Doorbreken

Verb

Auxiliary verb

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor transitief gebruik, 'zijn' voor intransitief gebruik)

Sterk werkwoord (onregelmatig in de verleden tijd en voltooid deelwoord), separabel (kan gesplitst worden: 'doorbreken' → 'breek door') en onseparabel (kan ook als 'doorbreken' gebruikt worden).

'Doorbreken' kan zowel letterlijk (fysiek door iets heen breken) als figuurlijk (een barrière of grens overwinnen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De demonstranten braken door de politiebarricades.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je doorbreekt in deze industrie, heb je veel kansen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De zon is eindelijk doorgebroken na dagen van regen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Breek door je angst en durf te spreken!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij doorbreke, blijft het een moeilijke weg.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.