NEDERLANDS
🇬🇧

Druppelen

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'druppelen' kan zowel letterlijk (vloeistof die druppelsgewijs valt) als figuurlijk (langzaam binnenkomen of verlopen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik druppel altijd wat honing in mijn yoghurt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De regen druppelde gisteren de hele dag op het dak.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je de oogdruppels al gedruppeld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Druppel voorzichtig, anders gaat het mis!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De druppelende kraan moet gerepareerd worden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.