Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'druppelen' kan zowel letterlijk (vloeistof die druppelsgewijs valt) als figuurlijk (langzaam binnenkomen of verlopen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik druppel altijd wat honing in mijn yoghurt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De regen druppelde gisteren de hele dag op het dak.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je de oogdruppels al gedruppeld?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Druppel voorzichtig, anders gaat het mis!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De druppelende kraan moet gerepareerd worden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.