Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, transitief
Het werkwoord 'dwingen' drukt vaak een sterke mate van druk of verplichting uit. Het kan zowel fysieke als psychologische druk impliceren.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Examples
De leraar dwingt de leerlingen om hun telefoons uit te zetten tijdens de les.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij dwong haar broer om zijn kamer op te ruimen.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb hem gedwongen om de waarheid te vertellen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De situatie dwingt ons om snel te handelen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.