(religie, geloof en kerststallen)
Boven de kerststal hing een engel met grote witte vleugels.
In de Bijbel verschijnt er een engel aan Maria om haar nieuws te brengen.
De engel zweefde door de wolken.
Op de top van de kerstboom staat altijd een gouden engel.
Volgens de overlevering hebben engelen de herders bezocht in het veld.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand prijzen om aardig of zorgzaam gedrag)
Mijn dochter is vandaag echt een engel geweest bij oma.
Bedankt dat je mijn boodschappen hebt gedaan, je bent een engel!
Wat een engel ben jij om mij te helpen verhuizen!
De buurvrouw is een engel: ze brengt elke week soep voor mijn moeder.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.