NEDERLANDS
🇬🇧

Ergeren

Verb

Auxiliary verb

hebben

reflexief werkwoord (zich ergeren)

Dit werkwoord wordt vaak gebruikt om irritatie of ongenoegen uit te drukken over iets of iemand. Het is meestal reflexief (zich ergeren).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik erger me vaak aan mensen die hun afval op straat gooien.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij ergerde zich gisteren aan de harde muziek van de buren.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben ons geërgerd aan de onbeleefde ober.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Erger je niet aan dingen die je niet kunt veranderen.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.