NEDERLANDS
🇬🇧

Fantaseren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'fantaseren' wordt vaak gebruikt om creatieve of denkbeeldige scenario's te beschrijven. Het kan zowel positief (dromen) als negatief (zich zorgen maken) worden gebruikt, afhankelijk van de context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik fantaseer graag over mijn volgende vakantie.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij fantaseerde vroeger over een carrière als astronaut.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de hele avond over onze dromen gefantaseerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Fantaseer eens over hoe jouw leven er over tien jaar uitziet!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.