Fileren

Verb

Auxiliary Verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het woord 'fileren' wordt voornamelijk gebruikt in de context van koken.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik wil leren fileren.

    infinitief, neutral

  • De kok is filerend vis aan het bereiden.

    tegenwoordige deelwoord, neutral

  • Ik fileer de vis zelf.

    tegenwoordige tijd, neutral

  • Ik fileerde de vis gisteren.

    verleden tijd, neutral

  • De vis is gefileerd door de chef.

    voltooid deelwoord, neutral

  • Als jij het goed vindt, filere ik de vis.

    aanvoegende wijs, neutral

  • Fileer de vis voor het avondeten!

    gebiedende wijs, neutral