NEDERLANDS
🇬🇧

Fitten

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'fitten' kan zowel letterlijk (iets passend maken) als figuurlijk (bijv. sporten om fit te blijven) gebruikt worden. In de context van sporten is het een leenwoord uit het Engels.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik fit mijn nieuwe broek voordat ik hem koop.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je die schoenen al gefit?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als hij de onderdelen fitte, zou de machine weer werken.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs

  • Fit deze kleren voordat je ze draagt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.