Attributive forms
Als je 'flexibel' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden en 'het'-woorden met een lidwoord gebruik je 'flexibele': 'de flexibele regels', 'een flexibele aanpak'. Bij 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je soms 'flexibel': 'flexibel materiaal'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'flexibel'. Je zegt dus niet 'de regels zijn flexibele', maar 'de regels zijn flexibel'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand meer flexibel is, gebruik je 'flexibeler'. Bijvoorbeeld: 'Deze telefoon is flexibeler dan mijn oude telefoon'. Voor het-woorden met een lidwoord gebruik je soms 'flexibelere': 'een flexibelere oplossing'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Om te zeggen dat iets of iemand het meest flexibel is, gebruik je 'flexibelst' of 'flexibelste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'flexibelst': 'Dit is het flexibelst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'flexibelste': 'de flexibelste medewerker'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'flexibel' soms een extra 'e' bij de attributieve vorm (bijv. 'flexibelere' in plaats van 'flexibeler' voor het-woord).
- usage:'Flexibel' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets of iemand zich makkelijk kan aanpassen aan veranderingen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.