NEDERLANDS
🇬🇧

Fluisteren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'fluisteren' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand op een zeer zachte toon spreekt, vaak om niet gehoord te worden of om anderen niet te storen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Kun je wat zachter fluisteren? Ik kan je niet verstaan.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ze hebben de hele avond gefluisterd over hun plannen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Fluisterend vertelde hij me het grote nieuws.

    onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

  • Als hij maar fluistere, dan hoorde niemand hem.

    onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.