NEDERLANDS
🇬🇧

Fluweel

Common noun

Singular forms

Het woord 'fluweel' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om naar het materiaal zelf te verwijzen. Het is een stofnaam en wordt vaak als ongeteld zelfstandig naamwoord gebruikt.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm 'fluwelen' wordt gebruikt wanneer je verwijst naar meerdere soorten of stukken fluweel.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het diminutief 'fluweeltje' wordt vaak gebruikt om iets kleins of liefs aan te duiden, vaak in een informele of affectieve context.

informeel

Common compounds

  • fluweelbroek

    Een broek gemaakt van fluweel.

  • fluweelzacht

    Heel zacht, zoals fluweel.

  • fluweelgevoel

    Een gevoel van zachtheid zoals fluweel.

Common word combinations

  • zacht

    'Zacht' wordt vaak gebruikt om de textuur van fluweel te beschrijven.

  • jurk

    'Jurk' is een kledingstuk dat vaak van fluweel gemaakt wordt, vooral voor speciale gelegenheden.

  • stof

    'Stof' verwijst naar het materiaal waarvan fluweel gemaakt is.

Important notes

  • countability:'Fluweel' is meestal een ongeteld zelfstandig naamwoord (uncountable) als het om het materiaal gaat. Je gebruikt het meervoud 'fluwelen' als je het over verschillende soorten of stukken fluweel hebt.
  • usage:Het diminutief 'fluweeltje' wordt vaak gebruikt om een klein stukje fluweel of een lief, zacht voorwerp aan te duiden.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.