NEDERLANDS
🇬🇧

Fluwelen

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'fluwelen' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, zeg je bijvoorbeeld 'een fluwelen tas' of 'de fluwelen gordijnen'. Het woord verandert niet, of het nou bij 'de' of 'het' hoort. 'Fluweel' zonder '-en' gebruik je als je het over de stof zelf hebt, bijvoorbeeld 'Dit is fluweel'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'voelen' gebruik je 'fluwelen'. Bijvoorbeeld: 'De stof is fluwelen' of 'Dit voelt fluwelen'. Het woord blijft hetzelfde, ook als het over iets gaat met 'het'.

Comparative

Als je wilt zeggen dat iets meer fluwelen is dan iets anders, gebruik je 'fluweler'. Bijvoorbeeld: 'Deze trui is fluweler dan die jas'. Je voegt '-er' toe aan 'fluwelen', maar let op: het is niet 'fluwelen-er'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de overtreffende trap gebruik je 'meest fluwelen'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de meest fluwelen stof'. Je gebruikt 'meest' omdat 'fluwelen' al op '-en' eindigt en het moeilijk uit te spreken is met '-st'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Fluwelen' wordt vaak gebruikt om stoffen te beschrijven die zacht en glad zijn, zoals fluweel. Het is een stofadjectief en verandert niet in de attributieve vorm (het blijft 'fluwelen' voor zowel 'de' als 'het' woorden).
  • spelling:In de stellende trap blijft 'fluwelen' onveranderd voor attributief gebruik. De onverbogen vorm 'fluweel' wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord of in combinatie met 'van' (bijv. 'van fluweel').

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.