NEDERLANDS
🇬🇧

Garen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk of overgankelijk werkwoord, vaak gebruikt in kookcontexten

Het werkwoord 'garen' wordt voornamelijk gebruikt in culinaire contexten en betekent 'langzaam koken op laag vuur'. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om aan te geven dat iets langzaam tot stand komt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Examples

  • Ik gaar de kip altijd in witte wijn voor extra smaak.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik de soep urenlang gegaard.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je de saus te lang laat garen, verliest hij zijn smaak.

    tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.