Attributive forms
Als je 'gastvrij' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak naar 'gastvrije'. Bijvoorbeeld: 'een gastvrije gastheer' of 'de gastvrije mensen'. Voor onzijdige woorden in het enkelvoud zonder lidwoord gebruik je 'gastvrij': 'gastvrij onthaal'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'gastvrij'. Bijvoorbeeld: 'Deze stad is gastvrij' of 'Ze bleken erg gastvrij'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand meer gastvrij is, gebruik je 'gastvrijer'. Bijvoorbeeld: 'Dit café is gastvrijer dan dat restaurant'. Je kunt ook 'meer gastvrij' zeggen, maar 'gastvrijer' is gebruikelijker.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de hoogste graad van gastvrijheid gebruik je 'gastvrijst' of 'meest gastvrij'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het gastvrijste hotel' of 'Zij zijn het meest gastvrij'. In de praktijk wordt 'meest gastvrij' vaak gebruikt, vooral in formele situaties.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'gastvrijst' soms gebruikt als predicatief, maar 'meest gastvrij' is ook correct en vaak gebruikelijker.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.