NEDERLANDS
🇬🇧

Dweilen

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Dweilen verwijst specifiek naar het schoonmaken van een vloer met water en een dweil. Het is een alledaagse huishoudelijke activiteit.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik dweil de keuken omdat er gemorst is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de vloer al gedweild?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Dweil jij de gang of zal ik het doen?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je de vloer dweilde, zou het hier schoner zijn.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.