(een aankoop doen of afronden)
De koop van mijn nieuwe fiets was snel gedaan.
Hij maakte een grote koop tijdens de uitverkoop.
De koop van het pand is vorige week bij de notaris rond gekomen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(oordelen of een aankoop zijn geld waard was)
Dat was een goede koop voor slechts twintig euro.
Haar laatste aankoop was een koop met korting.
Deze tweedehands fiets is echt een goede koop geweest.
(een voordelig product tegenkomen)
Tijdens de sale had ik echt een koopje van een paar schoenen.
Op de rommelmarkt deed hij een koopje met een oude lamp.
Wat een koopje, die jas voor maar tien euro!
(een koopovereenkomst sluiten)
Ze hebben een koop gesloten voor een nieuw huis.
Bij deze koop zijn er geen verborgen kosten.
Toen beide partijen tekenden, was de koop definitief.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.