NEDERLANDS
🇬🇧

Opereren

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'opereren' wordt voornamelijk gebruikt in medische contexten en kan zowel letterlijk (een operatie uitvoeren) als figuurlijk (ingrijpen) worden gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jullie

Examples

  • De arts opereert de patiënt morgenvroeg.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren een spoedoperatie geopereerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als hij de patiënt zou opereren, zou het risico groot zijn.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

  • Opereren moet met uiterste zorg gebeuren.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.