NEDERLANDS
🇬🇧

Schilderen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'schilderen' kan zowel letterlijk (het aanbrengen van verf) als figuurlijk (iets levendig beschrijven) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • Ik schilder een portret van mijn moeder.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit met olieverf geschilderd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Toen ik klein was, schilderde ik vaak met mijn vader.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Schilder jij deze muur even voor me?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Terwijl zij aan het schilderen was, luisterde ze naar muziek.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.