(iemand volgt een hogere opleiding)
Zij studeert geneeskunde aan de universiteit van Amsterdam.
Hij moet hard studeren voor zijn examens dit jaar.
Mijn zus studeert rechten in Leiden.
Waar studeer je eigenlijk?
Vroeger studeerde mijn vader in Groningen.
Ze heeft vier jaar in Utrecht gestudeerd.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand bekijkt informatie aandachtig)
Hij studeert de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Ze studeert de regels van het spel goed alvorens te beginnen.
De advocaat studeert het dossier zorgvuldig.
We hebben de plattegrond goed gestudeerd voordat we vertrokken.
(iemand bereidt zich voor op een toets)
Ze studeert elke avond in de bibliotheek.
Ik moet studeren voor de toets, dus ik zit op mijn kamer.
Ik ga vanavond nog even studeren.
Hij studeerde de hele zondag voor zijn rijexamen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.