Gier
gieren
Verbhard geluid maken
- heel hard en hoog lachen, vaak onbeheerstHij giert van het lachen tijdens de film.
- met een hoog, fluitend geluid snel door de lucht bewegenDe wind giert door de bomen.
degier
Common noungrote roofvogel
- grote roofvogel met lange vleugels die vaak boven open velden zweeftDe gier vliegt hoog in de lucht.
degier
Common nounvloeistof voor bemesting
- vloeibare mest die op het land wordt gespotenDe boer gebruikt gier voor zijn akkers.
degier
Common nounhard geluid maken
- plotselinge, scherpe draai van een voertuig of persoonDe fietser maakte een gier om de plas te ontwijken.
degier
Common noundwarsbalk in molen
- harde, schrille kreet van angst, pijn of woedeDe vogel liet een gier horen toen de kat te dichtbij kwam.
degier
Common nounschuine stand
- iemand die heel zuinig is en niets wil uitgevenMijn opa is een gier; hij repareert alles zelf in plaats van iets nieuws te kopen.
gieren
Verbsnel ronddraaien
- mest of kunstmest over het land verspreiden met een machineDe boer giert mest op het veld.
- met hoge snelheid en veel lawaai door de lucht of over de grond bewegenDe motor gierde toen hij optrok.
gieren
Verbschuin staan
- met hoge snelheid en een scherp geluid door de lucht bewegenDe wind giert door de bomen.
- hard lachen, vaak onbedwingbaar of uitgelatenHij giert van het lachen om de cartoon.