Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (intransitive verb)
Het werkwoord 'gillen' drukt vaak een luide, schrille kreet uit, meestal van angst, pijn of opwinding.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik gil als ik een muis zie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gilde jij gisteren tijdens de horrorfilm?
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele nacht gegild.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gil niet zo!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.