Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord (goed|maken)
Het werkwoord 'goedmaken' betekent vaak 'compenseren voor een fout' of 'iets herstellen'. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik maak mijn huiswerk altijd goed als ik een fout heb gemaakt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de ruzie met je vriend al goedgemaakt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij maakte haar fout gisteren goed door een cadeau te geven.
verleden tijd, aantonende wijs
Maak je fout snel goed!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.