NEDERLANDS
🇬🇧

Goedmaken

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord (goed|maken)

Het werkwoord 'goedmaken' betekent vaak 'compenseren voor een fout' of 'iets herstellen'. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik maak mijn huiswerk altijd goed als ik een fout heb gemaakt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de ruzie met je vriend al goedgemaakt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij maakte haar fout gisteren goed door een cadeau te geven.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Maak je fout snel goed!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.