NEDERLANDS
🇬🇧

    Grauw

    A2uncommonZipf 2.7

    adjectief; snauw; gepeupel

    • grauw

      Adjective/'ɣrɔu/

      stellende trap

      grauwgrauwegrauws

      vergrotende trap

      grauwergrauweregrauwers

      overtreffende trap

      grauwstgrauwste
    • de grauw

      Common noun/'ɣrɔu/

      snauw

      enkelvoud

      grauwgrauwtje

      meervoud

      grauwengrauwtjes
    • het grauw

      Common noun/'ɣrɔu/

      gepeupel

      enkelvoud

      grauw
    • de grauw

      Common noun/'ɣrɔu/

      paard; ezel

      enkelvoud

      grauwgrauwtje

      meervoud

      grauwengrauwtjes
    • grauwen

      Verb/'ɣrɔuwən; 'ɣrɔuwə/

      grijs worden

      infinitief

      grauwen

      tegenwoordige tijd

      grauwgrauwtgrauwen

      verleden tijd

      grauwdegrauwden

      tegenwoordig deelwoord

      grauwendgrauwende
    • grauwen

      Verb/'ɣrɔuwən; 'ɣrɔuwə/

      snauwen

      infinitief

      grauwen

      tegenwoordige tijd

      grauwgrauwtgrauwen

      verleden tijd

      grauwdegrauwden

      tegenwoordig deelwoord

      grauwendgrauwende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.