NEDERLANDS
🇬🇧
  • Grijpen
    Verbpakken ook een kans benutten
  • Greep(de)
    Common nounvasthouden controle kleine selectie

Greep

  • grijpen

    Verb

    pakken; (ook) een kans benutten

    1. pakken

      Met de hand iets of iemand snel vastnemen of vasthouden.

      Ze greep snel de paraplu toen het begon te regenen.

    2. kans

      Een gelegenheid of mogelijkheid snel gebruiken.

      Hij greep de kans om naar het buitenland te gaan.

    grijpen naareen kans grijpeniemand grijpengrijpen en vasthouden
  • degreep

    Common noun

    vasthouden; controle; kleine selectie

    1. fysiek vasthouden

      De manier of kracht waarmee je iets vastpakt of vasthoudt.

      Hij had een stevige greep om mijn arm.

    2. controle of macht

      Beheersing of sterke invloed over iets of iemand; iets wat je niet loslaat.

      Het bedrijf heeft de markt in zijn greep.

    3. selectie / voorbeeld

      Een korte selectie of voorbeeld uit een grotere groep.

      Hier is een greep uit onze nieuwe boeken.

    in de greep (van)een greep uiteen stevige greepgreep krijgen opgreep verliezen

Keep learning