(Boodschappen doen in de buurt)
Op de hoek zit een kleine groentewinkel waar de tomaten altijd lekker rijp zijn.
Mijn moeder gaat liever naar de groentewinkel dan naar de supermarkt.
De groentewinkel is open van negen tot zes.
In dit dorp zijn nog twee groentewinkels overgebleven.
Ik heb bij de groentewinkel om de hoek wat appels en wortels gehaald.
Loop jij even naar de groentewinkel voor een krop sla?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.