🇬🇧

Groepen

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'groepen' betekent het ordenen of indelen van dingen of mensen in groepen, vaak op basis van een gemeenschappelijk kenmerk.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik groep de documenten op datum.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij groepten de kinderen per leeftijd.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de taken in drie groepen gegroept.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Groep de gegevens op kleur!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.