Hazen
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'hazen' betekent snel en gehaast iets doen, vaak met een gevoel van urgentie of stress.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik haas me elke ochtend om de trein te halen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik me gehaasd om op tijd te komen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je je niet haast, mis je de bus.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.