Helikopteren
Auxiliary verb
hebben (meestal), zijn (soms bij verplaatsing)
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'helikopteren' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand zich per helikopter verplaatst, meestal voor snelheid of bereikbaarheid van afgelegen gebieden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
De minister helikopterde naar de overstromingsgebieden om de situatie te beoordelen.
verleden tijd, aantonende wijs
Als het nodig is, helikopteren we direct naar het eiland.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft geholpen door gehelikopterd te worden naar de plaats van het ongeluk.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.