NEDERLANDS
🇬🇧

Herbergen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'herbergen' betekent het bieden van onderdak of accommodatie, vaak tijdelijk. Het kan zowel letterlijk (bijv. een hotel) als figuurlijk (bijv. een land dat vluchtelingen opvangt) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Dit oude kasteel herbergt nu een museum.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger herbergde deze stad veel kunstenaars.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is fijn dat dit land vluchtelingen herbergt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • We hebben vorige week een uitwisselingsstudent geherbergd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.