Attributive forms
Als je 'heus' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'heuse'. Bijvoorbeeld: 'een heuse held' of 'de heuse koning'. Het betekent dan dat iets echt of oprecht is.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'heus'. Bijvoorbeeld: 'Dat is heus niet waar.' Het betekent dan dat iets echt waar is.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iets meer 'heus' is dan iets anders, gebruik je 'heuser'. Bijvoorbeeld: 'Dit is een heuser probleem dan dat van gisteren.'
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'heust' na 'het' of zonder lidwoord, en 'heuste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat. Bijvoorbeeld: 'Dit is het heust wat ik weet' of 'de heuste vriend'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Heus' wordt vooral gebruikt in formele of beleefde contexten. Het betekent 'echt' of 'oprecht'.
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'heust' gebruikt na 'het' of zonder lidwoord, en 'heuste' voor de attributieve vorm.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.