NEDERLANDS
🇬🇧

Hijgen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'hijgen' wordt vaak gebruikt om zware ademhaling na inspanning of opwinding uit te drukken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om spanning of verlangen aan te geven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jullie

Examples

  • De hond **hijgt** na een lange wandeling in het park.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij **hijgde** toen ze hoorde dat ze de loterij had gewonnen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Na de sprint hebben we allemaal **gehijgd**.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Hijgend** kwam hij boven aan de trap.

    tegenwoordig deelwoord, onvoltooid tegenwoordige tijd

  • Hoewel **hij hijge**, gaat hij toch door met de wedstrijd.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.