Hoeren
Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord, informeel en vaak pejoratief gebruikt
Dit werkwoord wordt meestal in een negatieve context gebruikt en kan als beledigend worden ervaren. Het beschrijft het verrichten van seksuele diensten in ruil voor geld.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ze hoert al jaren, maar wil nu stoppen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft gehoerd voordat hij trouwde.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hoer niet meer, je bent beter dan dat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zou hoeren, zou zijn familie hem verstoten.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.