🇬🇧

Hoeren

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord, informeel en vaak pejoratief gebruikt

Dit werkwoord wordt meestal in een negatieve context gebruikt en kan als beledigend worden ervaren. Het beschrijft het verrichten van seksuele diensten in ruil voor geld.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ze hoert al jaren, maar wil nu stoppen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gehoerd voordat hij trouwde.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hoer niet meer, je bent beter dan dat!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zou hoeren, zou zijn familie hem verstoten.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.