Verb
Auxiliary Verb
helpen
werkwoord
Noemt een gebrek aan noodzaak.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, u
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
jij / je, u
jullie
Aanvoegende wijs
Examples
Hoef je echt niet te komen?
Tegenwoordige tijd, tweede persoon., Indicatief
Je hoeft je niet te schamen.
Tegenwoordige tijd, tweede persoon., Indicatief