NEDERLANDS
🇬🇧

Hokken

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp), informeel taalgebruik, vaak gebruikt in context van 'zich verstoppen' of 'op een kleine plek verblijven'

'Hokken' wordt vaak informeel gebruikt om aan te geven dat iemand zich op een kleine, vaak knusse of afgesloten plek bevindt, soms met een negatieve bijklank (bijv. 'zich verstoppen'). Het kan ook neutraal gebruikt worden voor dieren die in een hok verblijven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik hok liever thuis dan dat ik naar dat feest ga.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hok jij maar in de keuken, dan ruim ik de woonkamer op.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij hebben de hele vakantie in een hutje in de bergen gehokt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hoewel het mooi weer was, hokte hij binnen om te studeren.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je niet de hele dag in je kamer hokke.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.