NEDERLANDS
🇬🇧

Hokken

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord, informeel taalgebruik (betekenis: zich opsluiten of in een kleine ruimte verblijven)

Het werkwoord 'hokken' heeft een informele en vaak negatieve connotatie, alsof iemand zich opsluit of ergens tegen zijn zin verblijft.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik hok liever thuis dan dat ik naar dat feest ga.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij hebben de hele vakantie in een klein huisje gehokt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hok jij maar lekker in je kamer als je geen zin hebt om mee te gaan!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.