Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'honkballen' verwijst specifiek naar het spelen van honkbal, een populaire sport in Nederland en andere landen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik honkbal elke week met mijn team.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft vorig jaar voor het eerst gehonkbald.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je wilt, kun je met ons honkballen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Honkbal niet te hard, je kunt de bal verliezen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.