NEDERLANDS
🇬🇧

Janken

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

'Janken' betekent hard huilen of jammeren, vaak met een negatieve of overdreven bijklank. Het kan ook gebruikt worden voor dieren (bijv. een hond die jankt).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik jank altijd als ik een trieste film kijk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele nacht gejankt na het slechte nieuws.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Jank niet zo, het helpt toch niet!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij jankte toen ze hoorde dat haar vriendin verhuisde.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is beter dat je niet janke waar iedereen bij is.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.