NEDERLANDS
🇬🇧

Jobben

Verb

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'jobben' wordt vaak gebruikt om tijdelijk of bijkomend werk aan te duiden, zoals vakantiewerk of een bijbaan.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik job elke zaterdag in een winkel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar heb ik gejobd in een restaurant.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Job jij ook tijdens de vakantie?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat je jobt om werkervaring op te doen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Job voorzichtig en let op je gezondheid!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.