Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'jobben' wordt vaak gebruikt om tijdelijk of bijkomend werk aan te duiden, zoals vakantiewerk of een bijbaan.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik job elke zaterdag in een winkel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar heb ik gejobd in een restaurant.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Job jij ook tijdens de vakantie?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is belangrijk dat je jobt om werkervaring op te doen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Job voorzichtig en let op je gezondheid!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.