(iemand beschrijven die jong en mannelijk is)
Een nette jongeman hield de deur voor me open.
De jongemannen stonden te wachten bij de ingang van het stadion.
Die jongeman woont pas sinds vorige maand in ons dorp.
Toen ik haar leerde kennen, was ik nog een onzekere jongeman van twintig.
Meneer, kan die jongeman u verder helpen met uw bestelling?
De jongemannen van het elftal hebben keihard getraind voor de finale.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.