Kampen

Verb
1
Compound
Simple
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Context & Scenario
Synonym
Twee rivaliserende sportteams staan tegenover elkaar op een veld, gekleed in contrasterende uniformen met intense gezichten.
Rivaliserende Sportteams in Conflict
Twee rivaliserende sportteams staan tegenover elkaar op een veld, gekleed in contrasterende uniformen met intense gezichten.
2
Simple
Complex
Compound
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Een levendige muziekfestsfeertje met diverse mensen die in kleurrijke tenten kamperen op een groene weide.
Zomer muziekfestival met kampeerders en vrolijke sfeer
Een levendige muziekfestsfeertje met diverse mensen die in kleurrijke tenten kamperen op een groene weide.
3
Compound
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Complex
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Een dramatische afbeelding van een stad die getroffen is door ernstige overstromingen na zware regenval, met huizen die gedeeltelijk onder water staan en een figuur op een dak die er verloren uitziet.
Overstroming in de stad: gevolgen van natuurlijk onheil
Een dramatische afbeelding van een stad die getroffen is door ernstige overstromingen na zware regenval, met huizen die gedeeltelijk onder water staan en een figuur op een dak die er verloren uitziet.