NEDERLANDS
🇬🇧

Kar

deCommon nounA2

Singular forms

'Kar' is een zelfstandig naamwoord dat meestal een wagen of voertuig aanduidt, vaak met wielen. Het kan zowel een grote wagen (zoals een boerenkar) als een kleine winkelwagen betekenen.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm van 'kar' is 'karren'. Dit wordt gebruikt als er meer dan één kar is.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het verkleinwoord 'karretje' wordt vaak gebruikt voor kleine wagens, zoals een boodschappenkarretje. Het klinkt vriendelijker en minder formeel.

informeel

Common compounds

  • boodschappenkar

    een kar om boodschappen in te doen

  • handkar

    een kleine kar die met de hand wordt voortbewogen

  • bagagekar

    een kar om bagage te vervoeren, bijvoorbeeld op een station of vliegveld

  • marktkar

    een kar die gebruikt wordt op de markt om spullen te verkopen

Common word combinations

  • trekken

    'Trekken' wordt vaak gebruikt met 'kar' om aan te geven dat iets of iemand de kar voortbeweegt.

  • duwen

    'Duwen' wordt gebruikt als je de kar vooruit beweegt, bijvoorbeeld een boodschappenkar.

  • laden

    'Laden' betekent dat je spullen op de kar doet.

  • leegmaken

    'Leegmaken' betekent dat je alles uit de kar haalt.

Important notes

  • usage:'Kar' wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden zoals 'trekken', 'duwen', 'laden' en 'leegmaken'.
  • countability:'Kar' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één kar', 'twee karren', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm 'karren' is regelmatig, maar let op de dubbele 'r'.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.