NEDERLANDS
🇬🇧

Karren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'karren' wordt vaak gebruikt in informele contexten en kan zowel letterlijk (iets met een kar vervoeren) als figuurlijk (iets met moeite verplaatsen) betekenen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik kar elke ochtend de kranten naar de winkel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren karde hij alle meubels naar de nieuwe woning.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hele dag spullen gekard.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Kar die dozen nu meteen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.